CANS ( complaints of arm,neck and/or shoulder), voorheen RSI (repetitive strain injury).
Het is in de praktijk gebleken dat de term RSI verwarring schept. Niet alleen “repetitive strain” (herhaalde bewegingen) maar ook statische belasting veroorzaken klachten van nek,arm en/ of schouder.

 

CANS is een onderkende aandoening die ontstaat bij het uitvoeren van statische en repeterende handelingen waaraan geen acuut trauma of systeemaandoening ten grondslag ligt. CANS is een omschrijving van een klachtencomplex en is geen diagnose.

 

De klachten kunnen onderverdeeld worden in specifieke of aspecifieke CANS.

 

Een aantal aandoeningen dat onder specifieke CANS  vallen zijn bv.: Frozen shoulder, Carpaal tunnelsyndroom  en nekhernia. Een aandoening is een specifieke CANS   als die te diagnosticeren is en zal  op de gebruikelijke fysiotherapeutische wijze behandeld worden.

 

Alle klachten die niet als specifieke CANS te diagnosticeren zijn, worden  aspecifieke CANS genoemd.
Symptomen die onder andere op kunnen treden zijn: vermoeidheid, pijn, tintelingen en krachtsverlies van de aangedane extremiteit. In feite wordt CANS veroorzaakt door een onjuist gebruik van het bewegingsapparaat waardoor functiestoornissen en pijnklachten ontstaan.

 

Het krijgen en onderhouden van CANS is bepaald door meerdere factoren,te weten:
een slecht ingerichte werkplek, een verkeerde lichaamshouding, stress, werkdruk, een slechte conditie, een verstoorde arbeid- rustverhouding en persoonlijkheidskenmerken.

 

Van belang is dat storende factoren in de werksituatie weggehaald worden: aandacht is voor werkplek,werkwijze, werkhouding en werkdruk. Doordat meerdere factoren een rol spelen bij het ontstaan van CANS is behandeling van CANS moeilijk doch goed mogelijk. Het vergt veel discipline en geduld van de patiënt en het duurt lang voordat (al dan niet volledig) herstel bereikt is.

 

Een belangrijke taak van de behandelaar is om de patiënt te informeren/ adviseren  over het ontstaansmechanisme van CANS.
Dit is een belangrijke voorwaarde om van de klachten te herstellen. De patiënt moet immers de risicofactoren zelf herkennen. Verder zal er  ook aandacht besteedt worden aan functiestoornissen het bewegingsapparaat  middels mobilisatietechnieken  en actieve oefentherapie.